Hoofdstuk zevenentwintig
`` ...Op dat moment fluisterde iemand anders de naam van Sneep.
`Severus...'
Daar schrok Harry meer van dan van alles wat hij die avond had meegemaakt. Voor het eerst hoorde hij Perkamentus smeken.
Sneep zei niets, maar liep naar Malfidus en duwde die ruw opzij. De drie Dooddoeners deinsden zwijgend achteruit. Zelfs de weerwolf leek bang te zijn.
Sneep keek naar Perkamentus. Uit iedere hardvochtige lijn van zijn gezicht sprak afkeer en haat.
`Severus... alsjeblieft...''
Sneep hief zijn toverstok op en richtte die op Perkamentus... ''
J.K. Rowling, Harry Potter en de halfbloed prins (Amsterdam 2005), p. 448.
Eigenlijk wilden we lekker vroeg naar het zwembad. Maar dat kan echt niet, als je bijna aan het eind van hoofdstuk 27 van deel 6 bent.

*** NB: deze site is vooralsnog het beste te bekijken met Mozilla Firefox ***