
Onderweg naar Gerwin.
Onder het eten.
Zitten we te eten, vraagt Mats ineens tussen twee happen door:
`Watsjoorneem, mama?'
`Huh?'
`Watsjoorneem!'
`
`Oh, eh, my name is Sacha. What's your name?'
`Neehee, je moet zeggen: `watsjoorneem MATS!''
(* onze argumenten hiertegen wogen natuurlijk niet op tegen Mats' zo-doet-juf-het *)
`What's your name, Mats?'
`Maineemis Mats.'
(* En dat op zo'n nonchalante toon alsof wij dagelijks in het Engels converseren aan tafel. Wat zou hij nog meer kennen? Effe proberen: *)
`How are you, Mats?'
`Aim fain.'
(* en neemt nog een hap spinazie *)
`And how old are you?'
(* denk-denk *)
`Aim fain.'
Blijkt juf op school in de kring Engelse les te geven. Kringgesprekjes in het Engels zeg maar. Zo hoor je nog eens wat...
... zo bleek wat Mats vorige week en passant beschreef als `spelletjes doen bij juf Joke' zijn eerste CITO-toets-ervaring te zijn geweest...