
Pepperkakor.
Pepperkakor zijn
hele lekkere Scandinavische kerstkoekjes. Twee jaar geleden - Anna
was nog een heel klein babietje - bakte ik ze met 3-jarige Mats voor
kerst. Dit jaar herinnert hij zich het weer (!) en de hele
kerstvakantie lang zijn we het van plan, maar komt het er niet
van.
Nu we deze week toch `ziek thuis' zijn, besluiten we dat
kerstkoekjes ook in januari lekker kunnen zijn: we bakken
pepperkakor. Pepperkakor bakken is niet niks: het begint al met het
uiterst treiterige fenomeen: `chill overnight'. Een nachtje ijskast
dus. Als je vijf bent, kun je je daar nog wel bij neer leggen. Maar
als je twee bent, is het niet te begrijpen dat je net een half uur
hebt staan meten, smelten en roeren om vervolgens die overheerlijke
kom deeg [ en ohhhh... wat is dat deeg lekker! En zonder ei, dus
zo heel erg ziek kun je er niet van worden, toch? ] zonder
pardon de ijskast in te zien verdwijnen. `Morgen' is dan wel heel ver
weg nog...

Maar na een nachtje slapen, een ochtendje spelen, een boterham eten en een middagdutje doen is het dan eindelijk zo ver: koekjes bakken. Een schier eindeloze serie bakplaten pepperkakor verdwijnen in de oven, terwijl Mats en Anna vormpjes uitsteken. Mannetjes, paardjes, kerstboompjes, heel veel hartjes en een enkele kerstster. Mats verzint dat hij ook met een mes vormpjes kan snijden en snijdt een appel. Anna borduurt voort op het kleien van vanmorgen en maakt heel veel slangetjes, balletjes en oliebollen. En dan doet ze een greep in de bestekla: de knoflookpers. Pure extase als ze zelf ontdekt wat er gebeurt: `Oooohhhh!'
Pepperhår.

