
`Postbode Siemen, wai vervailen ons zooooo...'

Sprookje.
Mats vertelt onder het drie-in-de-pan-eten:`Op een morgen kwam er een merel te voorschijn. En die merel die at een regenworm met een hele dunne staart.' [reden voor Anna om op dit moment in het verhaal met haar stroophandje vol naar haar paardestaartje te grijpen] `Toen kwam een vos. Die maakte zijn buik open met een stok, en hij pakte de worm en maakte hem weer dicht. Maar de merel ging niet dood hoor! En toen werd de vos een prins' [Antwoord op vraag tussendoor van mama: een knappe] `Want hij was verkleed! En toen mocht de merel bij de prins wonen.'
